1979 Amsterdam Stad aan het IJ

Categorie
Trefwoorden

Meer dan een ontwerp, is de studie voor het Oostelijk Havengebied in Amsterdam een poging vat te krijgen op het gebied, zonder concreet plan of programma. Door de omvang en de leegte was het moeilijk om er een beeld bij te bedenken. Toen het nog in gebruik was, had het door de zeeschepen en kranen een mooi silhouet en was er permanent beweging, maar daarna werd het desolaat en ongrijpbaar. Dat werd nog eens benadrukt door het winderige klimaat. Door de leegte was ook de kunstmatigheid van de eilanden te ervaren., die eigenlijk een dak van een bouwwerk zijn. Onder de kades lag een legioen aan palen. waar je bij wijze van spreken zo op kon doorbouwen. (Bouw- en Woningtoezicht wilde daar niets van weten omdat de fundering niet overal betrouwbaar was).

Oostelijk Havengebied gezien vanaf het IJ

In De Stad aan het IJ is geprobeerd het gebied te doorgronden door beelden op te roepen van wat het zou kunnen worden. Er zijn allerlei varianten gemaakt met de relatie tussen water en rand als crux: randbebouwing op de kades en een leeg midden; met schepen en drijvende pontons de kades laten voor wat ze zijn; met een stralenplan dat noord-zuid zichtlijnen biedt (zoals uiteindelijk op Borneo-Sporenburg is gebeurd) en dat op zoek gaat naar een centrum.

IJhaven gezien vanaf de Javakade

Uiteindelijk is er een verkavelingsplan uitgekomen, met een noordwand op de kade en aan de zuidkant grote gebouwen met maten van zeeschepen, gebaseerd op kofferachtige modellen met atria, en met steigers en drijvende gebouwen en een tweede verbinding in de as van de Czaar Peterstraat. De bruggen in het plan zijn laag gehouden zodat je zicht houdt op het Centraal Station. Er kwam ook nog een versie met een operagebouw. Als uitsmijter is het plan doorgetrokken tot aan de Hputhavens in het Westerlijk Havengebied en is een brug voorgesteld over het IJ.

Entrepothaven gezien vanaf het Amsterdam-Rijnkanaal

Het project is ontstaan op een moment dat er zeker bij de gemeente weinig verbeeldingskracht met betrekking tot stedenbouw was aan te treffen. Dat gaf aan buitenstaanders de gelegenheid om zich (gesubsidieerd) met alles te bemoeien.

Oostelijk Havengebied gezien vanaf het Amsterdam-Rijnkanaal

Nadat dit plan was gemaakt, kwam de ontwikkeling van het Oostelijk Havengebied op gang. KNSM-eiland kwam als eerste vrij en de gemeente zag in dat er een totaalplan moest zijn voordat er aan een uitwerking van KNSM kon worden begonnen. Er was een nota van uitgangspunten, maar nog geen stedenbouwkundig plan. Bovendien was de ontwerpcapaciteit van de Dienst Ruimtelijke Ordening van de gemeente op dat moment opgeslokt door plannenmakerij voor het geval de Olympische Spelen naar Amsterdam zouden komen. In dit vacuüm is in 1985 het Waterkadeproject ontstaan. Samen met de krakers, kunstenaars, en stadsnomaden van KNSM hebben Arne van Herk en Sabien de Kleijn, die hier sinds 1982 met hun schip aangemeerd lagen en dus ook bewoner waren, subsidie gekregen om een visie te ontwikkelen op het gebied. Dat was een pleidooi tegen de monocultuur van het wonen die er dreigde te komen (wat bij de krakers ook deels was ingegeven door egocentrisme). Deze visie, die van binnenuit is ontwikkeld, zonder in vogelvluchtperspectieven te denken, bevatte een open verkaveling, die volkomen verkeerd viel bij de gemeente, die zich ineens hard maakte voor de sociaal veilige gesloten bouwblokken en mede daardoor is gestrand.

 

Oostelijk Havengebied met suggestie van vier bouwlagen
Sporenburg gezien in oostelijke richting
Sporenburg gezien in westelijke richting
IJhaven gezien in oostelijke richting
Sporenburg gezien in Zuidelijke richting

Nieuw stadsfront
Duinlandschap

 

 

Festival van de ongebouwde IJ oever plannen-tentoonstelling in het Borneo Architectuur Centrum in Amsterdam, 2015

Een van de oudste plannen die er op deze tentoonstelling uit 2015 te zien is, is het plan ‘Stad aan het IJ’ van Van Herk & De Kleijn uit 1980. Hun ideeën hebben een belangrijke rol gespeeld in het anders kijken naar de ontwikkeling van het voormalig havengebied. Niet de ongebruikte havenbekkens dempen – toen ‘standaard’ praktijk – maar de potentie van de plek onderzoeken en benutten om zo het IJ en de stad beter met elkaar te verbinden. Een idee dat gelukkig door de stedelijke autoriteiten, zij het veel later, is opgepikt maar niet letterlijk want hun plan is niet uitgevoerd.

Lees hier het volledige artikel.